Voor kamerlid Paul van Meenen is instemmingsrecht op de begroting een uitgemaakte zaak.

Vrijdagmiddag 30 september. De Tweedaagse is afgesloten, de mensen zijn naar huis. Een paar bestuursleden praten nog wat na en een gevoel van tevredenheid overheerst. Het leek even mis te gaan die ochtend, omdat Tweede kamerlid Jasper van Dijk vlak voordat hij verwacht werd opbelde om te zeggen dat hij verhinderd was en ook zijn collega Paul van Meenen was nog niet gesignaleerd.

Net toen een lichte paniek over mogelijk uitblijven van beide heren zich meester van mij had gemaakt, draaide de auto van Paul van Meenen het terrein op. Ik slaakte een zucht van verlichting en haastte me om hem welkom te heten.

Eenmaal binnen stak Van Meenen de aanwezigen een hart onder de riem toen hij vertelde over zijn vaste overtuiging dat medezeggenschap met name ook over de begroting van de instelling voor hem een zo vanzelfsprekende zaak was. Dit inmiddels, mede dankzij hem, wettelijk verankerde recht van OR en studentenraad gaat de komende tijd ongetwijfeld voor een betere en vooral evenwichtiger relatie zorgen tussen bestuurders en medezeggenschap.

Het bestuur van het Platform gaat zich daar voor inzetten.