Interview met Jasper van Dijk (SP)

over hoofdlijnen begroting.

Inleiding

Het is een regenachtige donderdagmiddag begin november, wanneer Jasper van Dijk ons ontvangt in het gebouw van de Tweede Kamer. Wij zijn bijeen omdat Jasper tijdens de Tweedaagse van het Platform Medezeggenschap op het laatste moment verstek moest laten gaan. Omdat hij niet naar Soesterberg kon komen, zoeken we hem nu hier op om van hem te horen wat zijn standpunt is m.b.t. het instemmingrecht op de hoofdlijnen van de begroting dat de ondernemingsraden in het MBO vanaf 1 januari 2017 bij wet krijgen.

Jasper zit er ontspannen bij met een kopje koffie en vertelt vrijuit over het gedachtengoed van de SP over het onderwijs. En het blijkt al gauw dat het amendement op de wet versterking bestuurskracht dat hij samen met Paul van Meenen (D66) in januari van dit jaar indiende, hem eigenlijk niet ver genoeg ging.

Motivatie amendement

Hij legt uit: “De wet versterking bestuurskracht was een reactie van de minister op de drama’s die zich hebben voltrokken bij Amarantis, InHolland en ROC Leiden. Wij hebben gezegd dat er meer inbreng moet komen van de medezeggenschap: een college van bestuur moet naar huis gestuurd kunnen worden als ze falen. Medezeggenschap moet sterker in positie worden gebracht om deze situaties te voorkomen. Daarvoor is nodig dat ze invloed hebben op o.a. de begroting”.

Jasper gaat verder: “Er moet meer zeggenschap komen te liggen bij de interne stakeholders. Zowel bij docenten als bij studenten. Het is helder dat de besteding van middelen maximaal democratisch gelegitimeerd moet worden zowel door docenten als door studenten. Natuurlijk zitten daar risico’s aan: de minister wil niet dat de OR medebestuurder wordt. De rollen zouden dan in elkaar overlopen is haar logica. Vandaar ons amendement. De OR krijgt instemmingsrecht op de begroting, maar helaas is daar op hoofdlijnen aan toegevoegd waardoor er weer discussie ontstaat over welke dat zijn”.

Hij zegt dat je een school kunt vergelijken met een land: het CvB als regering en de OR als parlement. “Een ondernemingsraad moet inzicht hebben in de bestedingen van de instelling en daar instemming op verlenen”.

We gaan in op de hoofdlijnen

 

“Wat mij betreft hadden die hoofdlijnen er helemaal niet in moeten staan, want dat geeft alleen maar nodeloze discussie en geeft het bestuur een escape”. Hij laat bij herhaling het woord hopeloos vallen. Zegt dat die hoofdlijnen voor Bussemaker voorwaarde zijn geweest toen Van Meenen zijn amendement indiende bij de invoering van het leenstelsel. D66 heeft toen gezegd okay, maar dan willen wij instemming op de begroting. Bussemaker ging akkoord met instemming op hoofdlijnen. Zo is dat als compromis ingevoerd in het HBO en WO. Daar hebben we veel over gedebatteerd: wat zijn dan die hoofdlijnen. Daar kom je niet uit. Dus dat geeft het bestuur een enorm wapen om tegen zo’n OR te zeggen: “nee, dat zijn geen hoofdlijnen, daar gaat u niet over. Hopeloos, weg daarmee!”

 

Het Platform Medezeggenschap informeert Van Dijk over de actie die is uitgezet onder de ondernemingsraden van de aangesloten instellingen. Geïnventariseerd wordt wat zij onder hoofdlijnen verstaan en welke documenten zij nodig hebben om het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting goed te kunnen uitoefenen. Soms lijkt het wel of bestuurders sommige documenten niet of te laat aanleveren zodat van werkelijke invloed nauwelijks sprake kan zijn.

Jasper van Dijk reageert: “Schandalig als je informatie en documenten niet of niet tijdig krijgt. Ook wij in de Kamer hebben daar mee te maken. Als je de democratie op school serieus neemt dan is het bestuur volledig gelijkwaardig aan de OR. Het zijn de docenten die verstand hebben van onderwijs; bestuurders moeten dat onderwijs faciliteren. Bestuur moet volstrekt dienstbaar zijn aan de docenten: zorgen dat er gebouwen zijn met genoeg tafels en stoelen. Eigenlijk is dat wat een bestuur moet doen, daar hoef je niet eens heel slim voor te zijn. Toch is het in onze samenleving precies omgedraaid: Why should I become a teacher when I can become his manager? Dat is de filosofie van de afgelopen 25 jaar geworden en dat is waar de SP tegen strijdt: de verzakelijking van de macht van managers en bestuurders ten opzichte van de werkvloer. Dat zie je overal terug. Wie heeft er nou verstand van zorg: de verpleegkundige of zijn manager? Kop hem maar in. Het is overal hetzelfde. We zijn volledig doorgeslagen naar die manager, die aan komt vliegen met zijn studie bedrijfskunde. Ik heb weleens een voorstel gedaan in de Tweede Kamer dat bestuurders en managers minimaal één dagdeel per week voor de klas moeten staan”.

“Ja, meneer van Dijk daar kunnen we niet aan beginnen”, krijg je dan als antwoord. Zo zijn bestuur en werkvloer steeds verder uit elkaar gegroeid. Rutte heeft hier mooie dingen over gezegd: “als je in het onderwijs wil werken kun je bestuurder worden, dat is een piece of cake, locatieleider is a piece of cake; alleen als je echt goed bent mag je voor de klas staan”. Eigenlijk zegt Rutte dus: flip the system, wat de twee heren van ‘Het alternatief’ ook hebben geschreven: Rene Kneyber en Jelmer Evers.’

De ‘hoofdlijnen’ willen wij als Platform Medezeggenschap eventueel zelf benoemen, maar we zijn nu in overleg met de MBO-raad om te komen tot een gezamenlijk standpunt.

Een enthousiaste reactie is het gevolg: “Zet maar op papier: wat jullie onder hoofdlijnen van de begroting verstaan. Want de Tweede Kamer heeft jullie opgezadeld met dat begrip, dus is het hartstikke goed dat jullie er nu zelf mee aan de slag zijn gegaan”.

Van Dijk is het volstrekt eens met Van Meenen die aangeeft dat als dit alleen maar tot gedoe leidt, tot exegese van wat we wel en geen hoofdlijnen noemen, dan moet het probleem weer bij de politiek komen en dan moet die het verder maar beter uitwerken. Maar als het lukt op basis van eigen afspraken die hoofdlijnen te definiëren wat let je dan om dat niet te doen.

De toekomst van het onderwijs en de rol van het bestuur

Van Dijk schetst: “Als het aan de SP ligt gaan we het onderwijs echt grondig verbouwen. We halen een aantal kerntaken weg bij de bestuurders. Dus bijv. het salaris van docenten: ik vind dat dat gewoon een ministeriële aangelegenheid is. Wat is dat voor onzin om dat uit te besteden aan dat soort raden die vervolgens toch afhankelijk zijn van het budget dat ze krijgen. Breng huisvesting onder bij de Rijksgebouwendienst. Daar zitten mensen met verstand van zaken. Zo kunnen we voorkomen dat onderwijsbestuurders zoals die van ROC Leiden immense panden gaan bouwen, wat een catastrofe is geworden. Die school ging bijna failliet, en moest als een bank gered worden door de politiek. Miljoenen zijn daar naartoe gegaan: wat is dat voor waanzin. Laat de experts van de Rijksgebouwendienst voor de huisvesting zorgen, dan krijgen die bestuurders ook weer de tijd om zich met onderwijs bezig te houden”.

“Als je kleinschaligheid stimuleert zorgt dat ervoor dat een schoolleiding in samenwerking met docenten het onderwijs vormgeeft voor een paar duizend studenten. Raden van Toezicht zijn overbodig op het moment dat je de OR instemming geeft op de belangrijkste zaken en zie ik een onderwijs dat veel meer gedragen wordt door school, de docenten, de studenten, de mensen zelf.

De verhouding OP/OOP is helemaal uit de hand gelopen, met name in het MBO. Je ziet scholen waar meer dan 50% niet naar onderwijs gerelateerde zaken gaat. Wat is dit voor waanzin? Kabinetten gaan vaak voor de status quo. Ik heb geprobeerd 80% moet naar onderwijs, 20% naar overhead. Laten we het budget voor leraren uit de lumpsum halen, zou ook aardig kunnen zijn. Ik heb gisteren nog voorgesteld om eens een experiment doen: geld niet aan bestuurder overmaken maar aan scholen, aan vestigingen, in plaats van dat de helft weer aan de strijkstok van het college blijft hangen”.

Het is duidelijk Jasper van Dijk uitgesproken ideeën heeft over het MBO. We zouden nog lang verder kunnen praten maar een Kamerdebat roept. Hij heeft het druk.