Hydrocephalie*).

Dat woord valt een paar keer tijdens het gesprek dat we hebben met Paul de Kraaij, tot voor kort de ambtelijk secretaris van het Platform Medezeggenschap MBO. De wat statige locatie van hotel Wientjes in Zwolle vormt het decor van dit interview. Paul, ooit begonnen als bestuurslid en notulist is geleidelijk aan -in zijn functie als ambtelijk secretaris- voor velen het gezicht en de stem van het Platform geworden. We willen graag eens met hem terug kijken op zijn carrière, al zal hij zich, bescheiden als hij is, niet zo gauw van deze term bedienen.

Wat heeft je gedreven om in de wereld van de medezeggenschap actief te worden?

 

Paul schiet in de lach. Het is duidelijk dat hij in gedachten terugkeert naar vervlogen jaren die hem echter nog helder voor de geest staan. ‘Het moet in het begin van de jaren ‘90 zijn geweest. In het fusiegeweld van destijds kwam het gedrocht ROC van Amsterdam tot stand. Ik kwam in een ander gebouw terecht en er was gewoon niets in orde. Ik liep dan ook geregeld bij de directie naar binnen want, als er iets niet werkt dan doe je daar wat aan. Dat had af en toe het gewenste resultaat en dat was opgevallen. Een collega die in de MR zat vroeg mij toen of ik geen belangstelling had voor de medezeggenschap. Dat was wel even een overweging, want in mijn vorige functie als schoolhoofd stond ik aan de andere kant van de overlegstructuur. Nu zou ik dus aan de kant van de medezeggenschap, de “tegenkracht” moeten gaan functioneren. Maar in het besef dat als je wat wilt veranderen, je deze verantwoordelijkheid moet nemen, heb ik ja gezegd. Ja, en toen ben ik Rob Nederkoorn tegengekomen en de rest is geschiedenis.’

 

We spreken over midden jaren ‘90 van de vorige eeuw. Wat speelde er toen?

‘Het was de tijd dat de managers hun intrede deden, de managementlaag groeide en groeide met als gevolg dat op de werkvloer vervreemding en ontevredenheid optrad. De managers stelden het goed functioneren van de werkvloer niet als prioriteit maar waren vooral bezig met hun eigen carrière. En het was (en is) nu eenmaal zo dat als je aan meer mensen leiding geeft, je als manager je beter kon profileren en wellicht ook wat meer verdienen. Dat leek dus belangrijker dan de facilitering van de werkvloer. Ook zag je mensen voor wie het streven naar een managementfunctie een vlucht was weg van het bestaan voor de klas. Begrijp me goed, ik heb niets tegen managers, integendeel, er moeten zaken geregeld worden, maar wel vanuit het perspectief van en de prioriteit voor het onderwijs. Soms had je te maken met managers van buiten het onderwijs die -ongetwijfeld met de beste bedoelingen- alles perfect wilden regelen en daarbij voorbij gingen aan het feit dat onderwijs zich niet laat organiseren als een productieproces. Zij creëerden een papieren werkelijkheid die weer leidde tot problemen die vervolgens neergelegd werden bij de werkvloer en het gevolg was dat er weer iemand moest worden vrij geroosterd om deze nieuwe problemen op te lossen. Enfin, zo werd de managementlaag dikker en dikker.’

Paul gaat verder: ‘mijn drijfveer was ook van persoonlijke aard: ik wilde gewoon lekker werken, zonder stress en gedoe. Gewoon binnen een situatie waar alles goed geregeld was en daar ontbrak het toen aan en dat doet het ook nu nog steeds. Want hoewel we toen al een artikel schreven om de ongebreidelde groei van de centrale diensten aan de kaak te stellen, een artikel met de titel Hydrocephalie, hetgeen de medische term voor ‘Waterhoofd’ is, zien we nog steeds waterhoofden bij vele onderwijsorganisaties. En waar dat toe leidt hebben de recente ontwikkelingen zoals in Leiden en bij Amarantis duidelijk laten zien. Er is helaas nog maar weinig veranderd.’

Wat vind je van de verantwoordelijkheid van de medezeggenschap.

 

‘Belangrijk is dat de ondernemingsraad bestaat uit gemotiveerde mensen die hun taak serieus nemen. Ik heb dat weleens anders meegemaakt zonder daar verder op te willen ingaan. Een goede en kwalitatief sterke OR heeft zeker een invloed die we niet mogen onderschatten. Maar het functioneren in een OR is niet altijd gemakkelijk. Je voelt vaak de dubbelrol die je hebt. Aan de ene kant als lid van de ondernemingsraad, maar aan de andere kant ook die van de docent. Je moet wel sterk in je schoenen staan want echt veilig is je positie niet altijd. Bovendien doe je het er in feite bij en zijn je mogelijkheden nogal beperkt in vergelijking met die van een CvB.’

 

Er wordt nu veel gesproken over professionele ruimte. Wat vind jij hiervan?

‘Als docent heb je ruimte nodig. In bepaalde delen van het jaar is de stemming onder de leerlingen anders en daar moet je op in kunnen spelen. Denk bijvoorbeeld eens aan de decembermaand. De leerling leert nu eenmaal de ene keer sneller dan de andere keer afhankelijk van de omstandigheden. Ik pleit voor goed overleg en ruimte voor de docent om in het kader van de lesdoelen zelf meer te kunnen plannen. Kern van alles is vertrouwen in elkaar! Je moet op elkaar kunnen bouwen en je verantwoordelijk voelen voor het geheel. Je moet je inzetten voor de zaak. Je moet de tent beter achterlaten dan toen je binnen kwam.’ Het komt er vol vuur uit en Paul gaat verder: ‘dat is misschien wel een ouderwetse gedachte maar dat vind ik gewoon’.

En als je nu terugkijkt, is de tent dan beter geworden? Heeft het Platform wat bereikt?

 

‘We hebben heel wat bereikt. Kijk naar hoe de Tweedaagse zich heeft ontwikkeld. De contacten die er zijn met diverse stakeholders en de positie die we als Platform innemen.

Maar belangrijk is de relatie met de aangeslotenen. We moeten veel meer gebruik gaan maken van de beschikbare informatie. We moeten die uitwisselen en elkaar informeren. Dat kan beter en ik heb gezien dat er stappen worden ondernomen om dat te verwezenlijken. Het zal zich moeten bewijzen. Dat eist inspanning van twee kanten!’

Zal je je werkzaamheden voor het Platform gaan missen?

‘Ja, dat zal ik zeker. Je bent toch altijd bezig geweest in een uitdagende omgeving. Het houdt je scherp en betrokken. Maar ik ben nu 78 en ik moet ook denken aan de continuïteit. Graag blijf ik nog betrokken voor kleine klussen en je kunt altijd een beroep op mij doen. Maar missen…. Ja, dat zal ik het zeker!’

En ook wij (het bestuur en de aangeslotenen) zullen Paul missen. Zijn snelle beantwoording van de e-mail, zijn correcte nakomen van afspraken, zijn humor en inzet. Bedankt Paul, het ga je goed.

 

*) Hydrocephalie is de medische term voor waterhoofd.

Save

Save

Save

Save

Save

Save