“TWINTIG JAAR GELEDEN WAS IK OOK EEN BAASJE”

Een verslag van het gesprek met Rob Schuur.

We zitten aan een fraaie tafel van gelakt sloophout, het bureau van Rob Schuur, voorzitter CvB van het ROC Noorderpoort in Groningen.

Die tafel, gemaakt door een meubelmaker met behulp van ROC-studenten, wordt gedurende het gesprek voor mij steeds meer het symbool van zijn opvattingen. Of het nu gaat over de studenten of de docenten, er spreekt een grote, welhaast pretentieloze vanzelfsprekende betrokkenheid uit zijn opvattingen.

We zijn gekomen om na te praten over zijn bijdrage aan de jaarvergadering van het Platform. In het uur dat hij voor ons heeft uitgetrokken, komen we eigenlijk maar heel even terug op de vraag of de cao een blijvend verschijnsel is. Zijn antwoord is bevestigend, maar hij ziet wel liever iets op hoofdlijnen, een minder fijnmazige regeling met meer vrijheid bij de instelling en een meer prominente rol voor de OR.

We hebben het over de actualiteit, de onvrede van studenten in Amsterdam. Er wordt ook in het MBO veel geld aan ondersteunde diensten uitgegeven. Rob Schuur legt daarvoor een deel van de verantwoordelijkheid bij de overheid, die afdwong dat scholen in korte tijd van klein naar zeer groot moesten worden, zonder een gedegen voorbereiding. Er was ineens ‘veel ondersteunend volk’ nodig voor ICT en financiën. En ook de 16 kleine scholen die samen het Noorderpoort werden, hadden die niet in huis. Daarnaast onderkent hij dat schoolbesturen het ondersteuningsapparaat fors hebben uitgebreid. Zijn ambitie is nu om te komen tot 75% inzet van het personeel voor het primaire proces, hetgeen mogelijk moet worden door o.a. nog meer processen te automatiseren en keuzes te maken.

Hij vertelt hoe hij 10 jaar geleden met een aantal stafmedewerkers een strategisch plan maakte. ‘Nu ga je te rade bij je omgeving en medewerkers, de stakeholders om de input op te halen. Het resultaat wijkt misschien niet veel af van wat je zelf gemaakt zou hebben, maar nu heb je een gezamenlijk en gedragen product’. En over strategisch personeelsbeleid: wanneer iemand met pensioen gaat, moet je de vraag stellen: ‘wat heeft de organisatie nodig, welke competenties, met welke ontwikkelingen moeten we rekening houden?’. Met zo’n personeelsplan kom je, zonder reorganisatie, tot een beter resultaat.

Als we hem vragen over leiderschap, vertelt hij dat hij vooral ruimte moet geven. Er mag veel, binnen de kaders van de wet en de schoolafspraken, vaak veel meer dan menig medewerker denkt. Je mag wat hem betreft de grenzen van de ruimte best opzoeken, maar je blijft van de studenten af en je rommelt niet met de kas of de examens. Het zijn de directeuren die coachend en faciliterend moeten zijn. Als het “verlichte despoten” zijn dan gaat het niet, ook niet als het CvB de ruimte geeft. ‘Vroeger dacht ik dat ik alle touwtjes in handen moest hebben, maar je hebt niet het hele systeem in handen’. Nu zijn er eigenlijk maar twee dingen hartstikke centraal gestuurd: huisvesting en financiën, want als je die loslaat, loop je het risico dat je met een tekort komt te zitten en dat als gevolg daarvan mensen hun baan kunnen verliezen. Dat is ontoelaatbaar.

Alles wat moet werkt contraproductief

Coachend leiderschap? Twintig jaar geleden was ik ook een baasje. Wat ik heb geleerd: alles wat moet werkt eerder contraproductief. Probeer eerder te verleiden. Dit onderwijs is geen klap beter geworden van wat moet. Als instellingen de wet nog eens gaan aanscherpen wordt het helemaal niks.

‘Teams bezoeken, in gesprek gaan met docenten en andere medewerkers, dat is mijn werk. Ik zit elke week bij twee teams aan tafel, zo’n 70 tot 80 bezoeken aan teams per jaar’. Ik wil weten wat er leeft en wat ik kan bijdragen aan het wegnemen van knelpunten etc. We hebben een prima informatiesysteem en alle informatie die ik heb, heeft het team ook. Wat ik weet, weet elke medewerker ook. Ik zoek medewerkers op en vraag hen kritisch te zijn. Het zou een kleine moeite zijn om een stuk of 6 paladijnen om me heen te verzamelen die als jaknikkers het steeds met me eens zijn, maar daar komt de organisatie niet mee verder.

Wat je in de MBO-raad ziet is dat er een nieuwe generatie bestuurders komt. De eerste generatie van na de fusie is intussen verdwenen. De tweede generatie kwam uit de buitenwereld: professionele bestuurders, vaak zonder binding met het onderwijs. Ook die zijn weer in de minderheid. En nu zie ik weer collega’s die wat hebben met het onderwijs en ruimte willen geven.

CvB en OR moeten leren loslaten, als er geen ruimte ontstaat kom je niet verder. Ook een OR moet denken op hoofdlijnen. Natuurlijk moet je de OR vooraf betrekken, maar soms is het denken al te ver gevorderd en dan heb je geen gesprek meer. De norm is vallen en opstaan: dat moet je wel willen. Als je alleen je gelijk wilt halen via reglementen komt er niets van terecht.