Meerjarenformatiebeleid? - (mei 2020)
 
In ons vorige artikel ging het over de managementletter, een belangrijk document in de reeks van documenten die onontbeerlijk zijn voor de OR wanneer het gaat om instemming op de hoofdlijnen van de begroting. 
Vandaag gaat het over de formatie. Ook die komt prominent voor op de lijst van documenten die nodig zijn voor de OR om zich een beeld te kunnen vormen van het beleid van de instelling. Immers het overgrote deel van het budget van een onderwijsinstelling bestaat uit personele lasten. Vraag is dus of die gelden terecht komen op de juiste plaats.
 
Samen met de Mboraad en de Job hebben wij in 2017 de” Handreiking Instemming op de hoofdlijnen van de begroting” het licht doen zien. De handreiking dient als uitgangspunt voor CvB, ondernemingsraad en studentenraad bij het overleg over de hoofdlijnen van de begroting. Die hoofdlijnen behelzen in ieder geval: de beoogde verdeling van de middelen over de beleidsterreinen onderwijs, huisvesting en beheer, investeringen en personeel. De “Handreiking” is gratis verkrijgbaar bij het secretariaat van het Platform (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.).
 
 
 
Niet alleen het Platform, maar ook de Mboraad is eigenstandig met dit thema ‘instemming op de hoofdlijnen van de begroting’ naar de leden gegaan. In een notitie (ook uit 2017) wordt aan de leden van de Mboraad in een overzichtelijk document uit de doeken gedaan welke rechten de ondernemingsraad zoal heeft op grond van wet- en regelgeving. Daarin treffen we bij de uitleg van artikel 13.4 lid 2 (instemmingsrecht OR)van het Professioneel Statuut ook de volgende passage over het formatiebeleid:
 
“De werkgever werkt het in overleg met de OR vastgestelde formatiebeleid uit in een voortschrijdend meerjarenformatieplan waarin zichtbaar is hoe tot de gewenste verhoudingen te komen. Voorts werkt de werkgever het meerjarenformatieplan uit in een jaarlijks onderbouwd formatieplan. In deze plannen geeft de werkgever aan hoeveel functies van welke aard en van welk niveau beschikbaar zullen zijn”. Met de gewenste verhoudingen wordt bedoeld “de verhouding tussen het personeel met een onderwijstaak en het personeel met een niet-onderwijstaak; de (gewenste) verhouding tussen docenten en instructeurs en overige werknemers (eventueel gedifferentieerd per opleiding); de (gewenste) verhouding vaste en tijdelijke (flexibele) formatie van de mbo-instelling”.
In het Professioneel Statuut zijn, zoals bekend, de additionele rechten van de OR vastgelegd. Het Professioneel Statuut maakt deel uit van de cao en heeft daarmee dezelfde rechtskracht als de elders vastgelegde rechten van de OR. 
 
 In dezelfde toelichting op artikel 13.4 lid 2 van het Professioneel Statuut staat dat: ‘bestuurder en OR daarnaast kunnen spreken over de binnen de functiecategorie van docent (gewenste) verhouding tussen de functies met carrièrepatronen LB, LC en LD’. In onze publicatie ‘De functiemix in het Mbo, een verkenning’ hebben wij bepleit dat over deze verhouding de discussie gevoerd wordt tussen CvB en OR in het licht van de gewenste verdeling zoals vastgelegd in het ‘Convenant Leerkracht’ uit 2008. Ook de ‘Verkenning’ is verkrijgbaar bij het secretariaat van het Platform (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.).
 
In het licht van het bovenstaande zal het eenieder verbazen dat uit een onderzoek uitgezet onder de aangeslotenen van het Platform blijkt dat 50% van de ondervraagde ondernemingsraden van hun CvB helemaal geen informatie krijgt over het meerjarenformatieplan. Dit doet bij ons de vraag rijzen of bij de betreffende instellingen wel een meerjarenformatieplan wordt gemaakt. Of komen de betrokken Colleges van Bestuur hun verplichtingen jegens de OR niet na?
Rob Nederkoorn