Instemmingsrecht op het formatiebeleid? (UnieNFTO Magazine februari 2021)


De vreemdste, soms ronduit verontrustende, zaken doen zich voor in de communicatie tussen CvB en OR. Zo kwam mij onlangs ter ore dat de voorzitter van het CvB van een van de grootste ROC’s van het land doodleuk verklaarde dat er in zijn ROC geen sprake is van formatiebeleid. Het is er niet en kan dus (sic!) ook niet worden voorgelegd aan de OR, zo is zijn redenering volgens mijn zegsman.

Dezelfde voorzitter van dat CvB heeft er overigens geen moeite mee dat het bij de ‘Hoofdlijnen van de begroting’ gaat om een instemmingsplichtige aangelegenheid. En dan wordt het voor mij wat lastig te volgen; immers je kunt toch moeilijk een vliegtuig laten opstijgen als er geen vleugels aan zitten. Laat me dit verduidelijken: deze voorzitter gaat akkoord met het ‘eindproduct’ instemming op de hoofdlijnen van de begroting. Hij kan ook niet anders want dit is een wettelijk vastgelegd recht, maar hij gaat voorbij aan de inhoud van de Handreiking die nota bene door zijn eigen club, de MBO Raad, is vastgesteld om daarmee te ontkomen aan dwingende regelgeving vanuit Den Haag. Die Handreiking is overigens tot stand gekomen in samenwerking met het Platform Medezeggenschap Mbo en de Job.


Hoe zit het dan met die Handreiking?

Welnu, daarin staat beschreven over welke documenten de ondernemingsraad (en de studentenraad en eventueel ook de ouderraad) moet beschikken om tot een gefundeerde afweging te kunnen komen met betrekking tot die hoofdlijnen. Zoals gezegd: je kunt een vliegtuig nu eenmaal niet de lucht in krijgen als er geen vleugels aan zitten. Evenzo kun je geen oordeel vellen over hoofdlijnen van de begroting als essentiële onderdelen daarvan ontbreken. Een niet onbelangrijk onderdeel van die hoofdlijnen is nu juist het formatieplan, of beter nog het meerjarig formatieplan.

Professioneel Statuut

Nu zal niet ieder College van Bestuur en wellicht ook niet elke OR zich dagelijks verdiepen in de bevoegdheden van de OR, ook al omdat die een niet zo erg overzichtelijk geheel vormen. Niet alleen de WOR is van toepassing, maar ook de WEB en de arbeidsomstandighedenwet. En om het nog wat ingewikkelder te maken hebben we ook nog het Professioneel Statuut. En daar zijn er dan weer twee van. Hier gaat het om dat zeer belangrijke aanhangsel aan de cao dat is overeengekomen toen de WOR van toepassing werd verklaard op het MBO.

In dat Professioneel Statuut zijn de rechten van de OR beschreven die verloren dreigden te gaan bij invoering van de WOR. De WOR is namelijk geschreven voor ondernemingen en een school is nu eenmaal geen onderneming en een medezeggenschapsorgaan van een school behoeft andere bevoegdheden dan een ondernemingsraad bij een bedrijf.

Kijken we nu naar dat Professioneel Statuut, dan blijkt dat de OR volgens punt 7 onder j (zie ook artikel 13.4 lid 2 sub e cao mbo) instemmingsrecht heeft op het formatiebeleid. Je kunt natuurlijk moeilijk instemming verlenen op het geheel (de hoofdlijnen van de begroting) als je geen kennis hebt van en bij gevolg ook niet hebt kunnen instemmen met de delen (het formatiebeleid). De volgorde is hier van belang: het CvB dient eerst instemming op het formatiebeleid te verkrijgen en pas in een later stadium instemming op de hoofdlijnen van de begroting.

N.B. Uit ons onlangs gepubliceerde onderzoek naar naleving van de Handreiking blijkt dat dit CvB niet alleen staat in zijn nalatigheid. Ruim 64% van de respondenten geeft aan dat het meerjarenformatiebeleid niet wordt geleverd. Ook andere essentiële stukken worden niet altijd geleverd. Zelfs de begroting wordt bij 12% van de instellingen achtergehouden!

Rob Nederkoorn, voorzitter Platform Medezeggenschap MBO