RVU 350 plaatje Unieblad maart 2021

Webinar over RVU (maart 2021 artikel UnieNFTO Magazine)

Op vrijdag 12 maart jl. organiseerde het Platform Medezeggenschap MBO een Webinar over de onlangs in werking getreden tijdelijke regeling RVU. Een wat gecompliceerd onderwerp dat bij velen vragen op heeft geroepen.
Meer dan 50 deelnemers van 22 MBO-instellingen hadden zich aangemeld voor deze virtuele bijeenkomst die werd verzorgd door Tessa Jaspers van Vijverberg Advocaten.

Aanleiding voor het Webinar
Een aantal ondernemingsraden legde ons de vraag voor of wij over dit onderwerp nadere informatie konden geven. Met name van belang is natuurlijk de vraag of een OR een rol kan spelen wanneer afspraken gemaakt worden over dit onderwerp. Ongetwijfeld zal voor een aantal mensen ook de belangstelling zijn uitgegaan naar de mogelijkheden die de regeling voor hen persoonlijk te bieden heeft.

 

Het bleek al met al een redelijk complexe materie: complex, omdat er begrippen langskwamen als het 70%-criterium, de 52%-heffing, objectieve voorwaarden, een drempelvrijstelling en nog zo wat. Toch kreeg ik de indruk dat de antwoorden op de vragen vanuit de 'zaal' verhelderend waren en dat geldt ook voor sommige opmerkingen van de deelnemers.

Wat is die RVU eigenlijk?
Als het gaat om een regeling die 'op basis van objectieve voorwaarden en kenmerken tot doel heeft om de periode tot aan het pensioen te overbruggen, dan wel te voorzien in aanvullingen op een pensioenregeling' dan is er sprake van een RVU, een Regeling Vervroegd Uittreden.
Maar nu komt het: als er sprake is van een RVU, dan moet de werkgever 52% extra belasting betalen (de RVU-heffing) bovenop de normale loonheffing die op een uitkering wordt ingehouden door de werkgever. Dus erg happig waren werkgevers tot nu toe niet: ze zagen de naheffing al komen! Die 'boete' is overigens alleszins begrijpelijk want de RVU-heffing is/was juist bedoeld om de arbeidsparticipatie van ouderen te vergroten.

Waarom dan nu ineens wel veel belangstelling voor de RVU?
Het antwoord is dat tussen 2021 en 2026 tijdelijk geen RVU-heffing van 52% toegepast wordt, wanneer er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan!
Omdat een belangrijk doel van de regeling is dat zoveel mogelijk mensen gezond hun arbeidzame leven kunnen afsluiten, ligt het voor de hand dat  voor sommige mensen of groepen werknemers een vervroegd pensioen gewenst is. Deze tijdelijke regeling is daarom met name ontworpen voor zware beroepen. Voor leraren is echter niet bij cao vastgesteld dat zij een zwaar beroep hebben. Dat zou mogelijk een struikelblok kunnen zijn wanneer men een generieke regeling wil treffen.

Wanneer nu aan de voorwaarden wordt voldaan, is er ineens ruimte voor de werknemer om vervroegd uit te treden zonder dat de werkgever de heffing van 52% hoeft te betalen. De komende paar jaar wordt het dus tijdelijk aantrekkelijker om werknemers weer vervroegd met pensioen te laten gaan.

Versoepeling RVU-heffing per 2021
De komende vijf jaar wordt het aantrekkelijker om werknemers vervroegd met pensioen te laten gaan door een tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing. Het kabinet hoopt daarmee werkgevers en werknemers ruimte te bieden om tot maatwerk te komen.

Werkgevers krijgen dus de mogelijkheid om oudere werknemers een uitkering aan te bieden waarmee ze eerder kunnen uittreden. Dit dient wel op basis van wederzijds goedvinden te gebeuren. Er is dus geen sprake van een recht van de werknemer, noch van een plicht van de werkgever.

Dan is er een belangrijke voorwaarde waaraan moet worden voldaan: de drempelvrijstelling. Als betalingen in verband met de RVU onder het bedrag van die vrijstelling blijven, hoeft de werkgever geen RVU-heffing van 52% af te dragen. Deze  RVU-drempelvrijstelling geldt met ingang van 1 januari 2021 en is onderdeel van het pensioenakkoord.

De RVU-drempelvrijstelling is maximaal het bedrag dat gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen dat geldt op 1 januari van het jaar van de uitkering.

In de Webinar kwamen alle aspecten van de regeling aan de orde. Ingezoomd werd op het proces (aan de hand van een stroomdiagram) dat je dient te volgen om te kunnen vaststellen of je als werkgever wel gebruik kunt maken van vrijstelling van de heffing. In geval van twijfel werd ook de aanbeveling gedaan om altijd vooraf de Inspecteur van de Belastingen te consulteren, zodat je als werkgever achteraf niet geconfronteerd wordt met de heffing.

Als gezegd: de wet- en regelgeving op het gebied van de RVU is vrij complex. Belangrijk is dat de betrokken werknemer goed geadviseerd wordt over de financiële gevolgen als hij met de regeling akkoord gaat. Meestal wordt een vaststellingsovereenkomst opgemaakt en vaak wordt daar een geheimhoudingsclausule aan toegevoegd waaraan beide partijen zijn gebonden. Dit om te voorkomen dat een derde rechten zou kunnen claimen op grond van hetgeen met één bepaalde werknemer is overeengekomen.

Hoewel het zowel werkgever als werknemer vrij staat gebruik te maken van een RVU en er dus niets kan worden afgedwongen, bestaat voor de OR wel de mogelijkheid om de ontslagregeling op de agenda te zetten met het doel om samen met het CvB een goede regeling overeen te komen en zo willekeur te voorkomen. Op grond van artikel 27, eerste lid onderdeel e, van de WOR is zo'n regeling een instemmingsplichtige aangelegenheid.

De OR kan natuurlijk ook, gebruikmakend van zijn initiatiefrecht (artikel 23.3 WOR), zelf een regeling voorstellen wanneer de werkgever niet met een voorstel komt.

Rob Nederkoorn