Award 3 test 0R3A8565 2

Platform Medezeggenschap zet instellingen in de bloemetjes (Artikel UnieNFTO juni 2021)

Het verschijnen in juni van de publicatie ‘De Functiemix in het MBO, een tweede verkenning 2021’, met daarin een ranking van de best presterende instellingen, was de gelegenheid bij uitstek om de Colleges van Bestuur persoonlijk deze uitgave uit te reiken en te voorzien van een dik verdiende bos bloemen. Bij de ROC’s scoorde Friese Poort het beste; bij de AOC’s was het Lentiz en bij de vakscholen het Grafisch Lyceum Utrecht.

De bestuurders stelden onze geste niet alleen zeer op prijs, zij spraken ook hun waardering uit voor het werk dat (weer) was verricht om deze uitgave tot stand te laten komen. Ook over de uitvoering van het boek en de flyer kregen we veel lovende woorden.


Het Platform Medezeggenschap is dan ook best trots op wat er in beweging is gekomen sinds onze eerste publicatie in september 2019. Op de Tweedaagse van het Platform in Soesterberg werd aan bijna 300 OR-leden uit mbo-land deze eerste versie gepresenteerd. Een boek dat eigenlijk heel eenvoudig wat gegevens van afspraken en de onvolkomen uitwerking ervan per instelling weergaf. Alles gebaseerd op het Convenant LeerKracht 2008. Percentages LB, LC, LD en LE afgesproken in 2008. Wij beperkten ons tot de 25% LB en 61% LC omdat we daar de grootste afwijkingen zagen. Helaas lijken LD- en LE-functies voor leraren inmiddels geheel uit het zicht verdwenen.

De reacties op deze eerste publicatie waren niet van de lucht. Ze verschilden ook sterk van aard: dat ging van ‘schadelijk voor het mbo’ tot ‘goed dat dit nu zichtbaar wordt’ en het ging van ‘dit is niet aan het Platform’ tot ‘ik laat hier onderzoek naar doen’.

Allerlei stakeholders kwamen in beweging. De MBO Raad, het ministerie, de vakbonden, Raden van Toezicht, Colleges van Bestuur en natuurlijk ook de Ondernemingsraden op diverse instellingen.

Wie moeten het doen?

Het ministerie dat toch wel een vinger aan de pols moet houden om juiste besteding van de verstrekte gelden te monitoren, de MBO Raad die zijn leden toch zou moeten wijzen op het nakomen van gemaakte afspraken, de vakbonden die  aan de CAO-tafel voorstellen kunnen doen m.b.t. de functiemix en deze vastleggen in afspraken, de Raden van Toezicht die zich niet louter om zwarte cijfers zouden moeten bekommeren, want dat is niet de heilige graal in het onderwijs, de CvB’s die een transparant meerjarig personeelsbeleid zouden moeten maken met daaraan gekoppeld een goede functie- en salarismix en last but not least de ondernemingsraden die keer op keer als tegenmacht voor de CvB’s en in hun overleg met de CvB's pal moeten staan voor de gewenste percentages uit het Convenant en hier direct invloed op hebben door al dan niet in te stemmen met de hoofdlijnen van de begroting.

Een rampscenario: liever niet!

Uiteindelijk zal het gebrek aan leraren werkgevers er wel toe dwingen betere salarissen te betalen maar zover zou het toch niet moeten komen. Wachten tot de wal het schip keert lijkt ons ook niet verstandig. Zo'n rampscenario moeten we voorkomen. Zittende leraren slecht blijven betalen en duur betaalde uitzendkrachten inhuren kan toch niet de bedoeling zijn? De actie die wij voorstaan moet echt van de grond komen: leraren benoemen in een hogere functie met bijbehorend salaris, ook als ze 'alleen maar lesgeven'. Als alle gremia er de schouders onder zetten moet dat lukken en wordt het beroep van leraar weer aantrekkelijk. En het is hard nodig ook want uit onze publicatie blijkt dat het nog steeds de verkeerde kant uitgaat. Helaas laten ook de nieuwste cijfers geen ombuiging zien van de trend. Op de Tweedaagse in september/oktober 2021 staat dit onderwerp prominent op de agenda. Daar zullen we verslag doen van de ontwikkelingen en de meest recente cijfers presenteren.

De ranking

De tabellen op deze bladzijden laten zien hoe het gesteld is bij de ROC’s , de AOC’s en de vakscholen. In de eerste kolom zijn de scholen die in de afgelopen 10 jaar Randstadgelden hebben ontvangen met een ‘R’ aangegeven. De 26 instellingen waar het om gaat krijgen samen jaarlijks zo'n 50 miljoen extra om docenten beter te betalen.

In de gekleurde kolom is af te lezen in hoeverre de instelling de doelstellingen van het Convenant benadert: groen is goed of bijna goed. Geel is niet zo best en bij rood is er nog heel veel te verbeteren.

De laatste kolom geeft met een positief of negatief cijfer aan in hoeverre verbetering in de functiemix sinds 2012 is gerealiseerd. De cijfers laten zien dat het vrijwel overal niet beter, maar slechter is geworden.

Onze conclusies

Hieronder volgen de stevige conclusies die we trekken uit de gegevens verstrekt door de instellingen zelf.

1)    Uit ons onderzoek blijkt dat de instellingen grosso modo over voldoende middelen beschikken om de doelstellingen van het Convenant te verwezenlijken. In de laatste tien jaar is de som van de liquide middelen en het eigen vermogen van de instellingen met 825 miljoen gestegen. De voorzieningen zijn met 110 miljoen gestegen. Het heeft er alle schijn van dat het geld wordt opgepot in plaats van ingezet voor verbetering van de positie van de leraar.

2)    Wij vestigen de aandacht op de enorme scheefgroei in het middelbaar beroepsonderwijs waar sommige bestuurders nog steeds een salaris boven de Balkenende-norm incasseren, terwijl grote groepen docenten worden onderbetaald. Dit alles in weerwil van het door het ministerie en sociale partners afgesproken beleid.

3)  Wij vestigen de aandacht op het feit dat het Rijk in de afgelopen 10 jaar 450 miljoen beschikbaar heeft gesteld om de salarissen van leraren in de Randstad te verbeteren en de werkdruk te verminderen, maar dat niet meer dan de helft van dat geld daadwerkelijk daarvoor is aangewend.

4)    We zien dat in 2011, wanneer de gelden die het ministerie ter beschikking stelt voor het eerst zijn binnengekomen, plotseling meer leraren beter worden beloond. We zien echter een trendbreuk in 2015 wanneer duidelijk wordt dat er nauwelijks toezicht is op de besteding van de gelden.

5)    We zien dat het aandeel lager betaalde LB-functies dat 25% moet zijn een stijgende trend vertoont. Het ligt in 2019 tussen 44,5% (binnen de Randstad) en 58,6% (buiten de Randstad). Veel hoger dus dan de bedoeling is!

6)    We merken op dat meer dan 1.000 L-functies (LD, LE en overig) worden vervuld door mensen die hoogstwaarschijnlijk geen lesgevende taken hebben. De bestanden zijn dus ernstig vervuild.

7)    We merken op dat men binnen de Randstad meer dan 3.000 FTE beter had kunnen belonen met het ter beschikking gestelde geld. We moeten concluderen dat dat niet is gebeurd.

Ons onderzoek is een weergave van de nogal gebrekkige verwezenlijking van de doelstellingen uit het Convenant LeerKracht 2008. We presenteren een 'benchmark' die overduidelijk laat zien dat er zeer grote verschillen zijn tussen de instellingen en dat geld veelal geen belemmering vormt om werk te maken van een passende beloning voor leraren in het mbo. Want dat was overeengekomen in het Convenant LeerKracht uit 2008.

Geld genoeg maar niet voor de leraar

Uit ons onderzoek blijkt dat de instellingen grosso modo over voldoende middelen beschikken om de doelstellingen van het Convenant te verwezenlijken. Tussen 2013 en 2019 is de financiering door het Rijk geleidelijk opgelopen van 4 miljard naar 4,9 miljard. In diezelfde periode zijn het eigen vermogen en de liquide middelen in het mbo gestegen met 825 miljoen, de voorzieningen zijn gestegen met 110 miljoen. Het heeft er alle schijn van dat het geld wordt opgepot in plaats van ingezet voor verbetering van de positie van de leraar.

Rob Nederkoorn, voorzitter Platform Medezeggenschap MBO